Corticosteroïden

 

DERMATOCORTICOSTEROÏDEN (HORMOONPREPARATEN)

De ontdekking van corticosteroïden aan het begin van de jaren vijftig is een belangrijke ontwikkeling geweest in de behandeling van psoriasis. Ze zijn gemakkelijk toepasbaar en bovendien kleur- en reukloos. Corticosteroïden worden, als dermatocorticosteroïd, het meest toegepast bij lokale behandelingen. De stoffen zijn afgeleid van het atuurlijke hormoon van de bijnierschors. Dermatocorticosteroïden zijn onderverdeeld in de klassen 1 tot en met 4.

In klasse 1 is de sterkte van de werkzame stof het laagst, in klasse 4 het hoogst. Bij psoriasis worden meestal dermatocorticosteroïden uit de hogere klassen gebruikt, aarbij de arts onder andere rekening houdt met de leeftijd van de patiënt en de plaats van de plekken.

 

werking

Dermatocorticosteroïden remmen de ontstekingsactiviteit in de huid en de versnelde celdeling. Lokale dermatocorticosteroïden werken doorgaans goed en zijn onder meer geschikt om klachten als jeuk te laten verdwijnen. Bij voortdurend gebruik kan gewenning optreden, waardoor de effectiviteit afneemt.

 

toepassing

Dermatocorticosteroïden zijn verkrijgbaar in zalven, crèmes en lotions. Zalven zijn vet en daardoor wellicht minder aangenaam in het gebruik, maar zeer effectief.

Crèmes werken meestal minder goed maar trekken sneller in en zijn daardoor prettiger in het gebruik. Lotions zijn vloeibaar en geschikt voor de hoofdhuid.

 

nadelen

Bij langdurig (en dagelijks) gebruik is er kans op bijwerkingen, zoals het dunner worden van de huid. Ook kan de huid dan gevoeliger worden en kleine rode vaatverwijdingen (couperose) gaan vertonen. Verder kunnen haren harder gaan groeien. Een sterk dermatocorticosteroïd, in combinatie met veelvuldig smeren, geeft meer kans op bijwerkingen dan bijvoorbeeld een klasse 1-dermatocorticosteroïd. Een dunne huid kan zich meestal nog wel herstellen, maar na maanden tot jaren dagelijks gebruik kan de schade onherstelbaar zijn. Lokale (plaatselijke) bijwerkingen, zoals het dunner worden van de huid, zijn te voorkomen door (in de onderhoudsfase) niet dagelijks te smeren. Doordat de dermatocorticosteroïden tevens in het bloed terechtkomen, kunnen ook elders in het lichaam bijwerkingen optreden, zoals zwelling van het gezicht, botbreuken en groeiremming (bij kinderen). 

Bij volwassenen treden deze bijwerkingen bijna nooit op.

 

onderzoeken en controles

Specifieke onderzoeken of controles, voorafgaand aan of gedurende de behandeling, zijn niet nodig.

 

wanneer niet gebruiken?

Omdat dermatocorticosteroïden ook bij het ongeboren kind terecht kunnen komen, moeten zwangere vrouwen zich beperken tot het gebruik van klasse 1- of 2-middelen en alleen kortdurend smeren, op kleine oppervlakken. Dermatocorticosteroïden mogen niet op de oogleden worden aangebracht.

 

klasse werkzame stoffen  merknaam

 Hydrocortisonacetaat 

 

merkloos

 

II   

 

 

 

 

 

Clobetasonbutyraat 

Flumetason      

Flumetason/Salicylzuur  

Hydrocortisonbutyraat

Triamcinolonacetonide

Emovate

Locacorten

Locasalen

Locoïd

merkloos

III  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Betamethasondipropionaat  

Betamethasondipropionaat/Calcipotriol  

 

Betamethasondipropionaat/Salicylzuur 

Betamethasonvaleraat  

 

 

Desoximetason    

 

Diflucortolon

Fluticason       

Mometason     

 

Diprosone

Dovobet

Xamiol

Diprosalic

merkloos

Betnelan

Celestoderm

Ibaril

Topicorte

Nerisona

Cutivate

Eloco

 

IV

 

 

 

 

Betamethasondipropionaat/Propyleenglycol

Clobetasol  

 

 

 

Diprolene

Clarelux

Clobex

Dermovate