De psoriasis lijdt haar eigen leven

Als de druppel- en plakkaatvormige psoriasis op mijn lijf weer eens vurig rood en jeukerig aanvoelt, stijgt de wanhoop in mij als water dat langzaam tot aan mijn lippen komt. Hoe leg ik mijn lichaam uit dat het een vergissing maakt? Dat de celdeling in mijn huid veel te snel gaat, acht keer sneller dan normaal? Geen idee…

 

Ik krab en krab geïrriteerd. Mijn nagels maken strepen in mijn huid. Als ik ergens begin met krabben, lijkt de jeuk naar een ander gebied te verhuizen. Lenig als bamboe buig ik mij in de meest onmogelijke houdingen. Krab, krab, krab. Ik breng de jeuk tot een orgastisch hoogtepunt. Dag jeuk, hallo pijn. Pijn verdraag ik beter dan jeuk. Kleine bloedspatjes bedekken mijn kleding, bedekken mijn beddengoed. Als bloedsporen van een gewonde in oorlog.

Schilfertjes hier, schilfertjes daar. De bewijzen liggen overal. In mijn bed, naast mijn bed. Op het toilet. Op de vloer. In de bank. In het tapijt. Iedere dag zuig ik mijn huis schoon, om het spoor van grote en kleine schilfers te wissen.

 

Als ik op de bank een boek lees, krab ik zonder nadenken op mijn hoofdhuid. Met mijn gedachten in het verhaal voel ik plekjes op mijn rug die jeuken en dringend vragen om verlichting. Ik leg mijn boek weg en pak een potlood. Ik beweeg het potlood heen en weer, op en neer, draai rondjes. Dan gooi ik het potlood weg, probeer behendig mijn arm naar achteren te draaien en pulk de overkapping van de schilfers los. Alsof ze vrij kunnen ademen als het dak eraf is.

 

Als er zo veel hitte in mijn lijf gloeit en stoom aan mijn poriën ontsnapt, wil ook ik aan mijn lichaam ontsnappen. Ik ga uitgeput liggen en verplaats mijn geest naar de top van een gebergte bedekt met witte sneeuw. In mijn witte joggingpak vlijd ik mij neer op mijn rug. Ik stel me voor hoe aangenaam de kou van de sneeuw diep in iedere vezel van mijn lichaam trekt. Ik krijg rillingen als kou warmte ontmoet. Totdat ik alleen nog kou voel. Uitgeblust blijf ik liggen in de contouren van gesmolten sneeuw.

Ik sta op en kijk om mij heen. Mijn horizon is oneindig, met uitzicht op kale bergen met witte toppen. Ik laat mijn geest als een arend zweven op grote hoogte. Alles in het dal lijkt nietig en onbelangrijk. Alsof ik mijzelf even boven mijn ellende uit til. Mijn blik verruimt zich. Ik ben meer dan alleen psoriasisplekken. De hitte heeft zich teruggetrokken uit mijn huid. Deze bijzondere plek heeft mijn geest al eerder succesvol bezocht. Psoriasisplekken op mijn armen verdwijnen er als sneeuw voor de zon.

 

Maar veel vaker komt het voor dat ik minder succesvol ben. Alsof ik blijf hangen in een lift tussen twee verdiepingen in en de deuren gesloten blijven. Het liefst trek ik mij dan terug, diep onder de dekens en ver weg van de wereld. Mijn binnenwereld eist alle aandacht op.

Ik verlang alleen rust, rust, rust. En wacht tot de duizendste storm is overgewaaid.

Soms hijs ik mijn gezwollen huid in zachte kleding en ga naar buiten. Ik wandel graag. Of het nu in de stad is of in de natuur: wandelen verruimt mijn geest. Of ik bel met een vriend of vriendin. Ik deel mijn ellende, ontvang steun. Ik hoor aan de andere kant verhalen die vertellen dat er meer is dan alleen de wereld van psoriasis.

 

Het stelt mij gerust als ik mijn wanhoop kan delen met degene bij wie ik op dat moment in behandeling ben. Dan danst mijn hoop als een kurk op de zee. Ik  sta niet alleen in mijn strijd tegen deze chronische ziekte. “Kom maar langs, dan kijken we wat we kunnen doen,” zijn woorden van onschatbare waarde. Een minuscuul lichtje aan het einde van de tunnel. In de hoop dat het lichtje in wezen een licht van gigantische omvang blijkt te zijn.

Dit bericht is geplaatst onder .