De slapende vulkaan (2)

 

Een half jaar na de start van de behandelingen, waarin ik iedere maand onverwerkte zaken uit dit leven heb opgeruimd, begint onaangekondigd diep in mij de bodem te beven. Ik schud op mijn grondvesten. Een immense kracht komt vrij. Puin en vuurrivieren zoeken hun weg naar buiten. Gloeiende lava wordt via een kraterpijp naar buiten geslingerd. De kraterpijp lijkt te nauw. Lava zoekt haar weg via andere uitwegen en ontsnapt via willekeurige spleten in de aardkorst. Roodoranje hete massa verslindt alles op zijn weg. De lucht vult zich met hitte, de zware geur van zwavel en dansende as. Na verschillende naschokken en uitbarstingen, komt de vulkaan eindelijk tot rust. Uitgeblust smeult de hete lava nog lang na, een rood en schilferig heuvellandschap achterlatend.

Dit alles gebeurt in één nacht. Als ik op zaterdagmorgen wakker word, kijk ik verschrikt naar de ravage op mijn huid. Mijn huid doet pijn en mijn lichaam voelt ziek. In shock constateer ik dat deze keer mijn gezicht de dans niet is ontsprongen. Op mijn wangen en in mijn nek wemelt het van de rode vurige plekjes. Ik kijk in de spiegel, maar herken mezelf niet. Ik voel me als een melaatse.

Ik bel meteen Riny, maar krijg haar voicemail. Dan bel ik de huisarts die weekenddienst heeft. ‘Vannacht is mijn psoriasis enorm uitgebarsten. Mijn hele lichaam en gezicht zitten onder. Kan ik langskomen?’ informeer ik gespannen.
Dan bel ik mijn ouders en mijn beste vriendin Shirley op. Ze schrikken en willen meteen langskomen. ‘Ik ga eerst naar de huisarts. Ik bel later wel om te vertellen wat er gaat gebeuren,’ zeg ik vermoeid.

De huisarts verwijst me met spoed naar de afdeling dermatologie in het ziekenhuis. ‘Hebt u nog een zalfje voor de huid?’ vraagt hij. ‘Ja, ik red het wel tot maandag,’ antwoord ik. Daarna fiets ik terug naar huis. Ik wil alleen nog maar naar bed, slapen en aan niets denken.

Aan het einde van de middag bellen mijn ouders aan. Als ik de deur open, besef ik dat ik er vreselijk uitzie en hen eerst moet opvangen. Mijn hartsvriendin Shirley komt de volgende dag langs en geeft me, ondanks de plekken in mijn gezicht, een dikke knuffel. ‘Wat erg voor je,’ zegt ze. Haar ogen verraden schrik en verdriet.

Zondagavond belt Riny terug. ‘Ik was een weekendje weg,’ maakt ze duidelijk. ‘Hoe kon deze uitbarsting nou plaatsvinden?’ zeg ik. ‘Ik heb het afgelopen half jaar zo hard gewerkt, met dit als resultaat?’ ‘Je moet het zien als een grote opruiming,’ antwoordt ze. ‘Waarschijnlijk komen alle opgekropte spanningen en onverwerkte emoties er nu uit. Hoe voel je je?’ ‘Mijn lichaam voelt ziek, maar ik voel me opmerkelijk genoeg sterk,’ zeg ik. ‘Dat komt doordat jouw zielenkracht door deze grote schoonmaak vrij door je heen kan stromen,’ reageert Riny.

Ik deel mijn zorgen over lichttherapie en hormoonzalven met haar. ‘Doe het nu maar,’ adviseert ze. ‘Je huid heeft nu extra hulp nodig om te herstellen. Je kunt, als je in de lichtcabine staat, tegen jezelf zeggen: ik neem al het positieve van de lichttherapie in mij op. Zet jezelf regelmatig in zilverkleurig licht, dat heeft een verkoelende werking. Ik zal je op afstand regelmatig een energetische behandeling geven.’

Opgelucht stap ik maandagochtend uit mijn bed. De afspraak met de dermatoloog en de steun van Riny geven me hoop op verbetering. Ik sta er niet alleen voor.

In de wachtkamer van het ziekenhuis stapt een forse man op mij af. Zijn handdruk is stevig. Op zijn gezicht staat een vriendelijke lach. Terwijl ik mijn verhaal vertel, luistert hij aandachtig. ‘Laat me je plekken eens zien,’ zegt hij uiteindelijk. Ik trek mijn mouw omhoog en toon het kraterlandschap. Met zijn hand wrijft hij zachtjes langs de plekken. Hij weet wat hij teweegbrengt. Hij vertelt dat hij zelf ook psoriasis heeft. Hij geeft mij het gevoel dat ik niet melaats ben, niet afstotelijk. Ik mag hem meteen!

Ik kan meteen met de lichttherapie starten. Yvonne, een verpleegster, bekijkt mijn plekken en trekt een zorgelijk gezicht. ‘Je kunt je ook voor een aantal dagen in het ziekenhuis laten opnemen. Dan smeren we je helemaal in met zalf en zwachtelen we je daarna goed in.’ ‘Nee, ik ga liever naar huis en kom wel langs voor de lichttherapie,’ reageer ik. Yvonne neemt mij even goed in zich op en zegt: ‘Oké, ik zie dat je niet overspannen bent of zo.’

Na twee lichttherapiebehandelingen kom ik mijn dermatoloog in de gang van het ziekenhuis tegen. ‘Hoe gaat het nu?’ informeert hij, en kijkt mij indringend aan. ‘Beter,’ zeg ik. ‘Je gezicht is al helemaal hersteld! Dat is snel,’ reageert hij vol verbazing. ‘Ga zo door,’ zegt hij als hij weer doorloopt.

Na twee weken is mijn huid dusdanig hersteld dat ik weer aan het werk kan. Ik bouw de uren rustig op en voel mij goed. Na drie maanden lichttherapie, gecombineerd met de zalven, is mijn huid helemaal gaaf. Behalve mijn hoofdhuid. Maar dat is een kleinigheidje.

 

Dit bericht is geplaatst onder .