Opgesloten

Ruim zeven jaar zat ik opgesloten binnen de muren van mijn gevangenis, die zich als een kraterlandschap van psoriasisplekken overal op mijn lichaam had verspreid. De muren zorgvuldig opgebouwd uit roodbruine stenen, stevig gestapeld in ritmische lijnen.
Met de onderste stenen beperkte ik mijn bewegingsvrijheid op zonnige zomerse dagen door mijn armen en benen met kleding te camoufleren. Om ze angstvallig te verstoppen uit schaamte en uit de wind van de reacties van anderen te houden.
Op de volgende rij stenen beklonk ik met de hamerslag “ik ben onaantrekkelijk om een intieme relatie aan te gaan met een leuke man.” Zo hield ik intimiteit op afstand van mijn kwetsbare ik.
De rijen stenen verbond ik met een grijs korrelig cement doorspekt met mijn overtuiging
“Ik heb een lelijke huid. Anderen vinden mij misschien afstotelijk.”

In mijn ommuurde cel had ik een klein raam opgetrokken met tralies, die mij uitzicht gaf op de wisselende seizoenen van de natuur en een uitgestrekt landschap. Vaak dagdroomde ik vanuit mijn raam, met mijn blik op een luchtige blauwe lucht met witgrijze stapelwolken, die mij herinnerde aan tijden van onbegrensde mogelijkheden. Ik verwarmde mij regelmatig aan de zon, die mij verwonderde met haar verzachtende stralen waarop minuscule stofjes hun eigen trage dans uitvoerden .
Met mijn handen schiep ik op de wanden mensen en dieren tot leven in een imponerend schaduwspel. Schaduwen door licht tot leven gebracht, als in een Javaans schimmenspel.

Op een dag, terwijl ik tijdens het dagdromen door mijn raam naar buiten keek en mijn situatie overpeinsde, besefte ik: “Ik ben zowel de gevangene als de bewaker!” Ik weet hoe ik mijn gestreepte zwart-wit kleding kan verruilen! Ik weet hoe ik de muren van mijn cel kan afbreken!
In de afgelopen jaren had ik licht op mijn schaduwen geworpen, hen de hand geschud en met hen gedold en gespeeld. Tijdens vakanties op het strand in mijn bikini had ik ondervonden dat anderen wel naar mij kijken, maar zonder afwijzing. Dat anderen het juist vaak voor mij heel vervelend vonden. Ik ontdekte dat ik meer was dan alleen mijn huid. Dat ik ook een leuk, zorgzaam, sociaal, grappig en creatieve ziel ben.
Ik had in de zoektocht naar mijzelf tijdens het graven verborgen schatten ontdekt. Mijn schop stuitte op een verweerde houten kist overladen met munten gevuld met zachtheid en mildheid. Op karaffen uit vervlogen tijden gevuld met juwelen van moed en doorzettingsvermogen. Ik vond aardewerk potten tot de rand gevuld met “jezelf mogen zijn”. En de keramieken schalen die tot de rand waren gevuld met “veel moeten” schepte ik tot de helft leeg. Tevreden over mijn vondst stalde ik mijn schatten uit en realiseerde ik mij: “Ik heb mijzelf bevrijd!”

Dit bericht is geplaatst onder .