Spiegeltje, spiegeltje aan de wand…

Het liefst vermijd ik na het douchen een blik op mijn naakte lichaam in de spiegel. Door een bepaalde manier van kijken slaag ik erin het gehele beeld te vertroebelen en alleen mijn gezicht te zien, de enige plek die psoriasisvrij is. Het dagelijkse insmeren van de talloze psoriasisplekken, met een hormoonzalfje, doe ik als een productiemedewerker aan de lopende band: met mijn verstand op nul.

Mijn ogen zijn het kraterlandschap op mijn huid al zo lang gewend dat langzame verergering mij ontgaat. ‘O, zo erg was je huid anderhalf jaar geleden op Jamaica helemaal niet!’ roept mijn hartsvriendin verschrikt uit, als ze mij op de eerste avond van onze vakantie op Cuba in mijn ondergoed ziet. Ik kijk verbaasd naar haar ogen, die verschrikt in haar gezicht staan. Dan slaat ook bij mij de schrik toe. ‘Nu zie ik er helemaal als een berg tegenop om mijn lichaam morgen weer in bikini aan het grote publiek te tonen,’ zeg ik. ‘Sorry, hoor,’ zegt mijn hartsvriendin, ‘ik wilde je niet laten schrikken. Doe het morgen anders in kleine stapjes, gewoon datgene laten zien waar jij aan toe bent.’ Ik knik, maar maak me inwendig zorgen over de volgende dag.

Als ik later in bed lig, denk ik verbaasd: Is het mij dan ontgaan dat de psoriasis zich zo verspreid heeft, als een olievlek op zee? Ben ik er zo aan gewend geraakt?

Drie weken later laat ik aan een andere vriendin mijn huid zien. Ik ben trots en opgelucht dat mijn huid er weer rustiger uitziet en sommige plekken aan het genezen zijn. ‘O, wat erg!’ roept ze. ‘Ik heb met je te doen. Je hebt er al zo lang last van. Vreselijk gewoon.’ Weer ben ik van slag. Voor mijn gevoel ziet mijn huid er veel beter uit. De plekken zijn niet rood of vurig, ze jeuken alleen nog een beetje.

Als ik even later mijn broer de plekken toon, zegt hij: ‘Het is erg, Ingrid, jij bent het al zo gewend dat je het niet meer ziet.’ Dan vertel ik hem dat een Canadese vrouw op Cuba tegen mijn vriendin zei: ‘Jouw vriendin is heel erg ziek.’ Pas als ik dat tegen mijn broer zeg, besef ik dat die vrouw gelijk had. Ik ben erg ziek. Door mijn aandacht te richten op het gewoon maar doorgaan met het leven, door te overleven, zag ik niet meer de ernst van de ziekte.
Ook al wilde ik zelf niet meer in de spiegel kijken: anderen hielden mij alsnog een spiegel voor.

Dit bericht is geplaatst onder .